Overgangsproeven

Overgangsproeven van A naar B en B naar C

In principe wordt eens per maand een overgangsproef georganiseerd. Deze gebeurt na de lessen omstreeks 11.45u, zowel voor de A- klas als B-klas. In deze proeven wordt getest of jij en je hond klaar zijn om de overstap naar een hogere klas te maken. De oefeningen die je bij deze proeven moet uitvoeren worden uitgebreid behandeld in de lessen.
In de maand juni wordt elk jaar de clubmatch georganiseerd. De overgangsproef van mei en juni  worden niet gehouden omdat de clubmatch telt als overgangsproef voor deze maand.
Of je deelneemt aan een overgangsproef kan je volledig zelf beslissen. Natuurlijk kan het wel nuttig zijn om het advies van uw instructeur in te winnen.
Bij het begin van elke oefening van de overgangsproef zal een instructeur de oefening nog duidelijk uitleggen. Het is zeer belangrijk om goed naar de uitleg te luisteren en deze instructies ook te volgen tijdens de oefeningen. Als er iets niet duidelijk is mag (moet) je dit zeggen tegen de instructeur.
De oefeningen voor de overgangsproef van A naar B zijn :
– Volgoefening over ongeveer 10m met gebruik maken van beloningen (snoepjes of andere). Je mag dan ook praten tegen je hond om hem aan te moedigen. Na die 10m doe je op bevel van de instructeur een linksom, rechtsom of keer en doe je de volgoefening verder (natuurlijk is dit dan in de omgekeerde richting), maar nu zonder gebruik te maken van beloningen en zonder nog tegen je hond te praten. De volgoefening wordt afgesloten door een kris-kras-wandeling. Op bevel van de instructeur stop je met de hond aan de voet en dit is het einde van de volgoefening.
– Houdingen zit, af(liggen) en staan(recht), zonder armbewegingen te gebruiken, maar
er mag beloond worden tussen elke houding.
– Oproepen van de hond.
– Dragen van apport.
De oefeningen worden beoordeeld met : zeer goed, goed, matig of onvoldoende.
Bij 1x onvoldoende of 2x matig mag je niet overgaan.
De oefeningen voor de overgangsproef van B naar C zijn :
– Slalom tussen 6 honden : eerst de rij passeren en dan slalommen. Hierbij mag geen       gebruik gemaakt worden van beloningen (snoepjes of andere) en je mag niet tegen je hond praten.
– Houdingen zit, af (liggen), staan (recht), zonder armbewegingen. Er mag pas beloond worden (snoepjes of andere) na de laatste houding.
– Oproepen van de hond.
– Terugbrengen apport.
– Blijfoefening (hond gaat liggen) gedurende 1 minuut.
De oefeningen worden beoordeeld met : zeer goed, goed, matig of onvoldoende.
Bij 1x onvoldoende of 2x matig mag je niet overgaan.